Door: Robèr Willemsen 6 januari 2017Naar overzicht

Het glas is halfvol, dames en heren in Den Haag

De afgelopen maanden zijn we zo’n beetje bedolven onder rapporten die te maken hebben met de Drank- en Horecawet en het alcoholbeleid in Nederland. Op zich niet zo raar, want Den Haag staat aan de vooravond van de evaluatie van de Drank- en Horecawet. Het moge duidelijk zijn dat ik het een goede zaak vind dat staatssecretaris Van Rijn die onderzoeken heeft laten uitvoeren. Want met deze onderzoeken discussiëren we over het alcoholbeleid op basis van feiten en cijfers – en niet op emotie. Wat zo vaak gebeurt als het over alcohol gaat.

Maar hoe positief ik ook ben over deze onderzoeken, ik sta te kijken van de draai die sommige partijen aan de feiten en cijfers geven. Als je de artikelen leest die de laatste tijd zijn gepubliceerd dan wordt de suggestie gewekt alsof de Nederlandse maatschappij door een tsunami van alcohol wordt weggevaagd. Terwijl we, als we goed kijken, eigenlijk niet anders kunnen concluderen dan dat het Nederlands alcoholbeleid werkt. Als voorzitter van de sector waar vaak een borreltje wordt gedronken, zet ik voor u de zaken op een rij:

‘De Nederlander’ is een verstandige drinker: de hoeveelheid pure alcohol die in Nederland per hoofd van de bevolking (15 jaar en ouder) werd verkocht lag in 2014 17% lager dan in 2000. Het Nederlandse gemiddelde ligt bovendien lager dan het Europese gemiddelde. En ook als we naar onze kinderen kijken zien we een positieve ontwikkeling: onze jongeren tussen de 12 en 16 waren sinds 2003 niet zo verstandig als het gaat om alcohol. Had in 2003 nog een kleine 84% in de leeftijd van 12 tot en met 16 ooit gedronken, in 2015 lag dat percentage op ruim 45%. Ook de naleving van de leeftijdsgrens door verstrekkers (anders gezegd: of er op leeftijd wordt gecontroleerd, bij de verkoop van alcohol) is flink verbeterd. Met de campagne “18 jaar? Bewijs ’t maar!” die we samen met Nederlandse Brouwers doen, maar ook met de website www.alliantieleeftijdgrens.nl die december vorig jaar met nagenoeg alle alcoholverstrekkers en de alcoholindustrie is gelanceerd, blijven we werken aan verdere verbetering van de naleving. Kortom, als we kijken naar de trends op het gebied van alcoholconsumptie en –verkoop dan zijn deze ronduit gunstig.

Natuurlijk zijn we er nog niet en moeten we de negatieve effecten van alcoholgebruik niet uitvlakken. Als dé branchevereniging voor de horeca sluiten we natuurlijk niet de ogen voor de dingen die minder goed gaan. Bingedrinken is bij de ‘regelmatige’ jonge drinkers een aandachtspunt en het aantal alcoholgerelateerde opnamen van jongeren in ziekenhuizen is toegenomen. Het aantal handhavers en controles stijgt, maar is nog steeds onvoldoende om echt indruk te maken. De horeca moet beter controleren op leeftijd maar wij blijven aandacht vragen voor een fenomeen dat wij níet kunnen beïnvloeden: het feit dat 18-minners die drinken hun alcohol met name krijgen van ouders en oudere broers, zussen of vrienden. Wij hebben altijd gezegd: van 16 naar 18 is een cultuurverandering die tijd kost. En op dit moment vinden we het kennelijk maatschappelijk nog steeds aanvaardbaar om alcohol door te geven aan 18-minners. Legio zijn de voorbeelden van onze leden waarbij ouders met hun kroost komen eten, en de ouders willen dat zoonlief van 17 een biertje meedrinkt. Een teken dat de norm ‘geen alcohol onder de 18’ nog onvoldoende is geland.

Wij zetten anno 2017 in op een nieuwe Alcoholwet waarmee we de verantwoorde verstrekking van alcohol goed regelen. In deze wet staat wat ons betreft dat alcoholverkoop thuishoort bij professionals, lees: de horeca. Wij vinden het een slecht idee om retailers ook toe te staan alcohol voor gebruik ter plaatse te laten verkopen (blurring). In deze wet staat ook dat wederverstrekkers (of: doorgevers) medeverantwoordelijk en dus ook strafbaar zijn. En dat paracommercie (zoals horeca-activiteiten bij sportverenigingen en in cultuurhuizen) in de wet zelf geregeld moet worden en niet aan gemeenten over moet worden gelaten. Wij denken dat gemeenten te veel te maken hebben met belangenverstrengeling omdat zij ook subsidiegever zijn van deze verenigingen. Daarnaast moet deze wet ervoor zorgen dat stakeholders (waaronder de horeca) verplicht betrokken wordt bij de gemeentelijke preventie- en handhavingsplannen.

De discussie over het alcoholbeleid en de huidige Drank- en Horecawet start met het Algemeen Overleg in de Tweede Kamer van 15 februari aanstaande. We hebben dus anderhalve maand de tijd om politici duidelijk te maken dat er weliswaar een stevige discussie gevoerd moet worden maar dat we elkaar zeker niet de spreekwoordelijke put in moeten praten. De feiten en cijfers maken duidelijk dat het glas namelijk niet halfleeg is maar halfvol!

Robèr Willemsen
Voorzitter Landelijk Bestuur Koninklijke Horeca Nederland (KHN)