Voedselveiligheid

Onder 'voedselveiligheid' wordt verstaan: de garantie dat voedsel geen nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid van de eindverbruiker wanneer het wordt bereid en gegeten, rekening houdend met het doel en de manier van de consumptie ervan.

Voedselveiligheid wordt vaak verward met kwaliteit. Kwaliteit houdt in dat een product aan de verwachtingen van de gebruiker voldoet. Voedselveiligheid is hier een onderdeel van, naast kenmerken als smaak, geur en kleur. Voedselveiligheid is echter een wettelijk minimum vereiste. Dit is nationaal geregeld in de Warenwet, de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen en de Warenwetregeling Bereiding en behandeling van levensmiddelen. Op Europees niveau moeten bedrijven zich houden aan de General Food Law.

Er bestaan drie typen voedselveiligheid:

Micro biologische voedselveiligheid
Micro-organismen zijn bijvoorbeeld schimmels, gisten en bacteriën. De meeste van de micro-organismen zijn nodig voor het in stand houden van onze leefomgeving. Slechts een minderheid is pathogeen of ziekteverwekkend. Besmetting kan plaatsvinden tijdens de productie, de bewaring, de verwerking, de verkoop of de bereiding van het voedsel of zijn grondstoffen.

Chemische voedselveiligheid
Vreemde stoffen in onze voeding kunnen afkomstig zijn van het milieu of van het voedselproductieproces zelf. Er dient hierbij een onderscheid gemaakt te worden tussen additieven en contaminanten. Additieven zijn stoffen die om technische redenen bij het vervaardigen, verwerken, bereiden, behandelen, verpakken, vervoeren of opslaan van voedingsmiddelen bewust aan deze voedingsmiddelen worden toegevoegd teneinde te voldoen aan de eisen die de consument aan deze producten stelt (bijvoorbeeld smaakversterkers, enzymen en anti oxidanten). Contaminanten daarentegen zijn stoffen die niet opzettelijk aan voedingsmiddelen zijn toegevoegd. Deze stoffen komen veelal vanuit de omgeving in voedingsmiddelen terecht (bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen).

Fysische voedselveiligheid
Fysische contaminatie wordt veroorzaakt door stukjes metaal, glas of plastic die in de voeding terecht kunnen komen. Deze vervuiling kan tijdens de oogst of tijdens het productieproces gebeuren. De brouwerijen beschikken over zeer geavanceerde detectieapparatuur om vreemde voorwerpen te detecteren en te verwijderen.

De HACCP Code
Om te waarborgen dat zowel de grondstoffen (gerst en mout) als het eindproduct (bier) voldoen aan de geldende normen voor voedselveiligheid hebben de mouterijen en brouwerijen een gezamenlijke HACCP Code opgesteld. Ook wel hygiëne code genoemd.
Een digitaal exemplaar van deze Code (versie 2003) kunt u hiernaast downloaden. Momenteel wordt gewerkt aan de herziene versie van de Code. Naar verwachting is de herziene versie klaar in het najaar van 2011.

Alvorens de HACCP Code kan worden toegepast moet het levensmiddelenbedrijf aan de basisvoorwaarden inzake levensmiddelenhygiëne voldoen (zoals persoonlijke hygiëne personeel, reinigings- en ontsmettingsprocedures, hygiënische situatie in en rond het bedrijf, et cetera)

Via het HACCP-systeem worden specifieke bedreigingen voor de voedselveiligheid gesignaleerd en maatregelen ter beheersing van deze bedreigingen vastgesteld. De nadruk ligt hierbij op preventie.

De Bierverordening 2003

De Bierverordening 2003 (zie downloads hiernaast) somt limitatief de grondstoffen op die mogen worden gebruikt bij de bereiding van bier. De bierverordening 2003 kunt u hiernaast dowloaden.

Kruiden
Kruiden worden niet genoemd in de bierverordening en zijn in principe verboden bij de bereiding van bier. Het komt voor dat een brouwer toch een kruid wil toevoegen aan de bereiding van bier. De brouwerij dient dan een ontheffing van het verbod aan te vragen bij het Productschap Dranken. De achtergrond is dat het zonder meer toestaan van kruiden op gespannen voet zou kunnen komen te staan met de voedselveiligheid. De ontheffingsprocedure is neergelegd in de Kruidenregeling.

Een onafhankelijk instituut (zoals TNO) onderzoekt of gebruik van het kruid gevolgen heeft voor de voedselveiligheid. Als dat niet het geval is, dan zal het Dagelijks Bestuur van het Productschap Dranken besluiten of en zo ja, onder welke voorwaarden, ontheffing verleent wordt aan de bewuste brouwer. Kruiden waarvoor een ontheffing reeds is verleend, staan vermeld op de positieve lijst.Voor de daar genoemde kruiden hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd, met dien verstande dat deze kruiden niet mogen worden gebruikt in pilsener, bockbier en oud bruin. Op het etiket dient duidelijk te worden vermeld welk kruid gebruikt is.

Vitaminen en mineralen
Per 1 juli 2007 is de EU Verordening 1925/2006 in werking getreden. De Verordening verbiedt het toevoegen van vitaminen en mineralen aan bier > 1,2% vol. Het is wel toegestaan om vitaminen en mineralen toe te voegen aan bier < 1,2% vol. De Verordening 1925/2006 met een beschrijving om welke vitaminen en mineralen het gaat, kunt u hiernaast downloaden.