Gueuze /Lambiek

"Lambiek" is een afgeleide van "alambiek", de gesloten koperen brouwketel, die men nu nog in sommige brouwerijen aantreft. Aanvankelijk brouwde men in open ketels, maar in de 17de eeuw schakelde men over op de gesloten ketels, zoals die ook door de whisky- en cognacstokers werden gebruikt.

De meeste lambiekbieren worden gebrouwen uit 60 % gerstemout en 40 % tarwe. Het wort laat men minimaal 1 etmaal in een ondiepe open bak (koelschip) staan, waardoor het als het ware geïnfecteerd wordt door een wilde gist: brettanomyces bruxellensis.

Na de hoofdgisting van enkele dagen volgt een nagisting die wel 4 jaar kan duren. Een lambiek, al dan niet versneden, afgevuld op fles noemt men "gueuze". Dit woord betekent: oud, vermoeid. Vaak kan de gueuze op fles nog nagisten. Een volledig uitvergiste gueuze kan ruim 7 volumeprocenten alcohol bevatten. Enkele lambiekbrouwerijen laten de lambiekbieren enkele maanden tot enkele jaren trekken op kersen (Krieken genaamd) of andere vruchten, zoals appels, peren en perzik.

Kenmerken:
Stamwortgehalte: 12 % Plato en hoger
Alcoholgehalte: 4 - 7,5 volumeprocenten
Kleur: lichtgeel tot donker/koperkleurig (gueuze) Roze tot donkerrood (kriek)
Smaak: licht tot sterk rinzig