Over de kip met de gouden eieren

door Philip de Ridder, Algemeen Directeur Heineken Nederland

Ik woon vlakbij de bossen. Deze weken zijn het mooist om daar te wandelen. Niets is beter om zo’n wandeling af te sluiten met een Dubbelbock. Al genietend besef ik mij wat een mooi product bier is en wat een rijke cultuur er om heen hangt.

Zoals ik nu geniet van een bockbier kan ik ook al uitkijken naar het eindejaarsbier. Of de eerste frisse pint op het terras in het voorjaar. Ieder moment kent zijn eigen bier.

Maar niet alleen de kwaliteit en de verscheidenheid maakt onze biercultuur in Nederland rijk. Het sociale element is minstens zo belangrijk. Duizenden mensen die per dag even de sleur vermijden of ontspanning zoeken in de bruine kroeg, het grand café of een lekker restaurant.

Wat naar mijn mening beter kan worden belicht, is dat deze rijke biercultuur ook veel welvaart met zich meebrengt voor Nederland. De bierbranche schept veel werkgelegenheid, indirect komt het aantal banen neer op ruim 77.500! Zo houden we naast het personeel uit de brouwerij onder meer chauffeurs, landbouwers, marketeers en medewerkers in de supermarkten en horeca aan het werk. Naast de werkgelegenheid draagt de bierbranche ook zijn steentje bij aan de Nederlandse schatkist. Deze bijdrage komt totaal aan accijns, BTW en inkomstenbelasting neer op maar liefst 2,6 miljard euro. Dit wordt vervolgens door de overheid besteed aan de Nederlandse gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur, het sociale vangnet etc. Al met al een niet te onderschatten bijdrage aan onze economie en welvaart.

Bovenstaande gegevens laten zien dat we niet alleen een rijk product en een rijke cultuur hebben, maar ook een rijke sector waar duizenden mensen van genieten of hun brood mee verdienen. Alleen de biersector is ook kwetsbaar en daarom gevoelig voor maatschappelijke ontwikkelingen en economische tegenwind. Kijk naar de impact van een rookverbod of de gevolgen van de economische crisis met het fors dalende horecabezoek als belangrijkste gevolg. En toch werden vorig jaar vanuit Den Haag de accijnzen met 30 procent verhoogd. Ik heb nooit onder stoelen of banken geschoven dat ik deze verhoging onevenredig vond. Alleen de biersector werd gepakt en ook nog eens met een fors percentage.

Maar goed, ik kijk liever niet te lang naar achteren en richt me naar de toekomst. Ik hoop dat de komende jaren wij als branche met rust worden gelaten door het ministerie van Financiën. Geen accijnsverhoging voor bier. Slacht niet de kip met gouden eieren. Zodat wij ons kunnen richten op de bloei van de fantastisch mooie biersector.

Proost!